06 - 123 90 746 Otto Copesstraat 83, 5213 GK 's-Hertogenbosch

Vrijdag 5 oktober 2018

Laat de tekst voorlezen

GEMEENTEN BESTEDEN WEINIG AANDACHT

AAN WERKENDE ARMEN.

bron: BinnenlandsBestuur/ANP.

Nederlandse gemeenten besteden in hun beleid weinig specifieke aandacht aan werkende armen en weten niet goed hoe ze deze groep moeten bereiken. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau in het op woensdag 3 oktober verschenen rapport ‘Als werk weinig opbrengt’.

Steeds meer mensen in Nederland die werken, leven tegelijkertijd in armoede. Van alle werkenden is 4,6 procent arm, ofwel zo'n 320.000 mensen. Van hen werken er 175.000 in loondienst en 145.000 als zelfstandige, meldt het SCP. Om armoede te definiëren hanteert het SCP het zogenoemde 'niet-veel-maar-toereikend-criterium', gebaseerd op de minimale kosten van wonen, voeding, kleding en verzekeringen, plus nog een klein bedrag voor ontspanning en sociale activiteiten. In 2014 was de norm voor een alleenstaande 1063 euro per maand.

Gemeentelijk beleid.

Gemeenten schenken in hun beleid relatief weinig specifieke aandacht aan werkende armen, stelt het SCP. Ze geven zelf vaak aan dat ze deze groep moeilijk kunnen bereiken en veronderstellen regelmatig dat dit wel gebeurt via de inkomens- en werkvoorzieningen die voor iedereen beschikbaar zijn. Áls er al iets aan beleid voor werkende armen gebeurt, dan is dit voornamelijk gericht op werken met behoud van (een deel van) de uitkering. Gemeenten kiezen er niet bewust voor werkende minima niet als speciale doelgroep te onderscheiden. Ze gaan er min of meer klakkeloos vanuit dat de bestaande voorzieningen wel zullen helpen voor iedereen met een laag inkomen.

Niet op de radar.

Als er specifiek beleid wordt gevoerd, betreft het vaak mensen die werken naast een bijstandsuitkering. Arme werkenden zonder bijstandsverleden hebben de gemeenten echter niet goed op de radar. Dat gaat met name om groepen die gemeenten niet via andere kanalen (scholen, huisarts) bereiken, zoals huishoudens zonder kinderen. Daarnaast gaat het om groepen die vaak minder geneigd zijn hulp te vragen, zoals zelfstandigen. Er is weinig zicht op de effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid voor werkende armen: dit wordt niet systematisch bijgehouden. Om de werkende armen toch te bereiken, gebruiken de gemeenten vooral de algemene communicatiekanalen (krant, website, sociale media), maar ze zijn zich ervan bewust dat lang niet iedereen bereikt wordt.

Voorkomen van erger.

In hoeverre het gemeentelijk armoedebeleid effectief is, is ook lastig aan te geven. Er zijn weinig lokale studies naar gedaan, volgens het SCP. Het wegnemen van de oorzaken van armoede is volgens de gemeenten onbegonnen werk. Zij richten zich dan ook vooral op het verzachten van de gevolgen van armoede en het voorkomen van erger.

Weinig effect.

De aanscherping van het bijstandsbeleid hee volgens de gemeenten die de onderzoekers spraken weinig tot geen effect gehad. Niet op het aantal uitstromers vanuit de bijstand en niet op de toename van het aantal werkende armen. Volgens de onderzoekers zou dit kunnen komen doordat veel gemeenten hun beleid hooguit voor een deel hebben aangescherpt. Met name de verplichting tot een tegenprestatie blijkt vaak alleen pro forma te zijn ingevoerd. Waar men wel werkt met een tegenprestatie, is het onzeker of die tot uitstroom naar betaald werk leidt en of dat dan vaker laagbetaald werk is. Zoals de geïnterviewden aangeven, is op grond van de kenmerken van de cliënten te verwachten dat uitstroom naar werk sowieso meestal betrekking zal hebben op tijdelijk, laagbetaald werk.

Belastingverlaging.

Volgens staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ‘verdient armoede onder werkenden onze aandacht'. Daarom verlaagt het kabinet per 1 januari 2019 de belastingen voor mensen die werken en een laag inkomen hebben. Zo houden zij meer over in hun portemonnee, aldus Van Ark. Ook gaat het kabinet kwetsbare zzp’ers beter beschermen om zo het risico op armoede onder deze groep te beperken.

Uitermate zorgelijk.

Vakbond FNV noemt de ontwikkelingen ‘uitermate zorgelijk'. Volgens de bond is de flexibilisering doorgeslagen. ‘Vooral de hoge armoede onder oproepkrachten en werknemers zonder vaste uren vallen op, net als de groei van het aantal zzp'ers met een te laag uurtarief', reageert vicevoorzitter Tuur Elzinga. Sinds 1990 is het aandeel werkende armen gestaag toegenomen. Tussen 2001 en 2014 steeg het aandeel van 3,1 procent naar 4,6 procent. ‘In die periode is de teruglopende koopkracht van werknemers door de achterblijvende loonontwikkeling vermoedelijk de belangrijkste reden dat het aandeel werkende armen toenam. Ook de dalende winsten van zelfstandigen en toenemende werkloosheid in huishoudens speelden na de eeuwwisseling waarschijnlijk een rol. De groei van het aandeel zzp'ers verklaart een kleiner deel van de toename’, aldus de onderzoekers.

Verhoogd risico.

Vooral zelfstandigen zonder personeel, werkende alleenstaanden en werkenden met een migratie-achtergrond (met name van Turkse of Marokkaanse herkomst) lopen een verhoogd risico arm te zijn. Werknemers zijn vooral arm doordat zijzelf en/of hun huisgenoten te weinig uren werken om genoeg inkomsten te genereren. Zelfstandigen zijn vooral arm doordat ze per uur te weinig verdienen.

► Armoede op de werkvloer:

Meer nieuws vandaag:

Afgelopen week:

Deze website is een dienst van:

HN heeft de ANBI-status:

IBAN: NL09RABO0158802764

[Kijk hier voor alle mogelijkheden]

HN-nieuwsbrief September

Handicap Nationaal

Otto Copesstraat 83

5213 GK 's-Hertogenbosch

Telefoon: 06 - 123 90 746

Fax: 073 - 850 81 88

E-mail: info@handicapnationaal.nl

IBAN: NL09RABO0158802764

KvK Nummer: 51372266

RSIN Nummer: 823247521

GeefGratis Nummer: 5105